|
|
|
|
|
|

|
|
|
Bij de totstandkoming van deze tekst is grote zorgvuldigheid betracht. Desondanks kan geen volledigheid worden gegarandeerd en kunnen aan de tekst geen rechten worden ontleend. De informatie is algemeen gesteld, ieder specifiek geval dient individueel beoordeeld te worden. Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) kunnen eigen, afwijkende, regelingen hebben.
Vakantie
De tijd dat een werknemer niet werkt maar wel salaris ontvangt wordt vakantie genoemd.
Een werknemer heeft op grond van de wet recht op minimaal viermaal het aantal dagen dat per week wordt gewerkt. Bij een werkweek van 5 respectievelijk 3 dagen bedraagt het minimum aantal vakantiedagen dus 20 en 12 dagen. Indien de werkweek in uren is vastgesteld geldt dat viermaal het aantal uren dat per week gewerkt wordt als minimum geldt. Van het minimum aantal vakantiedagen kan niet bij CAO worden afgeweken.
De vakantiedagen boven het minimum aantal worden bovenwettelijke genoemd. Gedurende het dienstverband kunnen, op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer, alleen bovenwettelijke vakantiedagen worden afgekocht. De hoogte van de afkoop bedraagt minimaal de hoogte van het salaris dat in de betreffende periode verdiend wordt.
Niet-bovenwettelijke vakantiedagen kunnen aan het einde van de arbeidsovereenkomst worden uitbetaald maar een werknemer heeft het recht de vakantiedagen mee te nemen naar de nieuwe werkgever.
Indien er niets is geregeld in de arbeidsovereenkomst, een reglement of een CAO stelt de werkgever de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer tenzij de werkgever gewichtige redenen heeft van deze wensen af te wijken.
Nadat de werknemer zijn wensen ten aanzien van de vakantieperiode schriftelijk heeft kenbaar gemaakt, heeft de werkgever twee weken de tijd om gewichtige redenen aan te voeren. Gebeurt dit niet dan is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.
In geval van gewichtige redenen wordt de vakantie zodanig vastgesteld dat de werknemer in staat is, indien gewenst en het aantal vakantiedagen toereikend is, twee weken aaneengesloten vakantie te genieten.
De werkgever stelt de vakantie zo tijdig vast dat de werknemer gelegenheid heeft om voorbereidingen voor de vakantie te treffen.
Is de vakantieperiode eenmaal vastgesteld dan kan de werkgever de vakantieperiode, na overleg met de werknemer, toch nog wijzigen wanneer er zich gewichtige redenen voordoen. De schade die de werknemer als gevolg van deze wijziging lijdt moet de werkgever vergoeden.
|
|
|
| |
|
|