|
|
|
|
|
|

|
|
|
Bij de totstandkoming van deze tekst is grote zorgvuldigheid betracht. Desondanks kan geen volledigheid worden gegarandeerd en kunnen aan de tekst geen rechten worden ontleend. De informatie is algemeen gesteld, ieder specifiek geval dient individueel beoordeeld te worden. Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) kunnen eigen, afwijkende, regelingen hebben.
Loon en ziekte
Een werknemer behoudt tijdens arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte gedurende 104 weken recht op 70% van zijn salaris. De hoogte van dit salaris bedraagt gedurende de eerste 52 weken minimaal het geldende wettelijke minimumloon en maximaal 70% van het zogenaamde maximum dagloon. Voor een werknemer die (nagenoeg) alleen huiselijke of persoonlijke diensten verricht op minder dan drie dagen per week is deze periode zes weken.
In de praktijk wordt het salaris, al dan niet op grond van de arbeidsovereenkomst of een CAO, vaak volledig doorbetaald. Partijen kunnen schriftelijk overeenkomen dat de eerste twee ziektedagen geen salaris wordt betaald.
Ook ingeval van zwangerschap of bevalling geldt deze regeling, behalve gedurende de periode dat de werkneemster zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet.
Een onderbreking van de ziekte van meer dan vier weken doet een nieuwe periode van 104 weken aanvangen.
De periode van 104 weken wordt verlengd indien:
- de werkgever niet uiterlijk 13 weken na aanvang van de ziekte het UWV van de ziekte op de hoogte brengt.
- werkgever en werknemer gezamenlijk aangeven de termijn te willen verlengen
- het UWV een loonsanctie oplegt wegens het niet (volledig) nakomen van de regels van de Wet Verbetering Poortwachter gedurende het eerste ziektejaar.
Een zieke werknemer heeft geen recht op doorbetaling van salaris:
- wanneer de ziekte opzettelijk is veroorzaakt of is veroorzaakt door een gebrek waarover in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie is verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd.
- over de periode dat de genezing door de werknemer wordt belemmerd of vertraagd.
- over de periode dat de werknemer zonder deugdelijke grond weigert passende arbeid voor de werkgever of, met toestemming van het UWV, bij een derde te verrichten (reïntegratie 2e spoor).
- over de periode dat de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan redelijke voorschriften of maatregelen die hem in staat stellen passende arbeid te verrichten.
- over de periode dat de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het Plan Van Aanpak.
De werkgever kan de betaling van het salaris, na de werknemer per omgaande vooraf gewaarschuwd te hebben, opschorten voor de periode dat de werknemer zich niet houdt aan door de werkgever schriftelijk gegeven voorschriften omtrent het verstrekken van inlichtingen die de werkgever nodig heeft om het recht op salaris vast te stellen. Als de werknemer alsnog aan de controlevoorschriften voldoet heeft hij alsnog recht op het salaris.
Indien werkgever en werknemer van mening verschillen over de vraag of de werknemer ziek is kan een second-opinion gevraagd worden aan het UWV. Een verklaring van een deskundige van het UWV is vereist om in rechte betaling van salaris tijdens ziekte af te kunnen dwingen.
|
|
|
| |
|
|